Wedstrijdzwemmen

Masterszwemmen

Leren zwemmen

Synchroonzwemmen

Open water zwemmen

Waterpolo

Kleurrijk vrouwenzwemmen

HZ&PC: 1967-1972 2016-01-25T22:39:45+00:00

HZ&PC: 1967-1972
1967-1972: Een vereniging vol ambities

Twee nieuwe zwembaden in Heerenveen

De jaren ’60 kenmerkte zich door een opmerkelijke economische opgaande tijd. Dat had ook zijn weerslag op de bouw van sportaccommodaties. Overal in Nederland werden sporthallen en (overdekte) zwembaden gebouwd. Zo ook in Heerenveen. Voor HZ&PC was het een enorme opsteker dat op 6 mei 1967 het nieuwe openluchtzwembad “Oranjewoud” werd geopend. Een modern 50 meterbad achtbaans bad, met vaste bodem en verwarmd water verving het inmiddels 36 jarige oude bad bij het restaurant Tropenfauna (voorheen paviljoen Dijksma). Het bad kostte (omgerekend in euro’s) € 453.000,00. HZ&PC verliet haar geboorte-grond voorgoed en er brak een nieuwe, zeer voorspoedige tijd aan voor de club. De bouw van het nieuwe zwembad had overigens wel wat voeten in aarde. Aanvankelijk was er zorg over de afmetingen van het zwembad en de mogelijkheid om waterpolo te spelen omdat het veld niet de juiste afmetingen zou hebben.
Twee jaar na de opening van het openluchtbad werd sportcentrum de Telle geopend; de eerste sporthal van Heerenveen gecombineerd met een overdekt 25 meter instructiebad met vier banen. Helaas niet diep genoeg voor het waterpolo, maar het gaf de club wel de mogelijkheid om ook ’s winters dicht bij huis door te trainen. De waterpolocompetitie werd tot het midden van de jaren ’70 afgewerkt in de zomer, dus in het buitenbad. In de tweede helft van de zeventiger jaren, toen de waterpolocompetitie deels in de winter werd afgewerkt kon in de Telle niet worden gespeeld. Noodgedwongen moest men uitwijken naar Leeuwarden en Drachten. Pas in 1980 werd dat probleem
opgelost met de opening van de uitbreding van zwemba de Telle met een volwaardig wedstrijdbad.

Lichtmasten bij het zwembad

Omdat de vereniging na de opening van het nieuwe zwembad omstuimig groeide werd naarstig gezocht naar uitbreiding van trainingsmogelijkheden. Die werden gevonden tijdens vrijzwem-uren maar ook daarna. Het probleem echter was, dat met name in het voorjaar en aan het eind van de zomerperiode er niet voldoende licht was om veilig te kunnen zwemmen. Het ambtieuze bestuur ontwikkelde een plan om met zelfwerkzaamheid lichtmasten te plaatsen. De kosten raamde het bestuur op ruim elfduizend gulden. Een deel zou worden opgebracht door lotenverkoop, voor het overige deel werd een lening afgesloten tegen een rente van 7% bij de gemeente die afgelost moest worden in 15 jaar. Het plan was in die tijd zeer opmerkelijk. Zozeer zelfs dat de Zwemkroniek, toen het officiele orgaan van de KNZB ,daar een uitgebreid artikel aan wijdde.
In dit artikel van de zwemkroniek lezen we vele vrijwilligers met scheppen in de weer waren om gaten te graven waar de masten in zouden worden gezet. Met groef tot maar liefst ruim 2 meter diep. Na gedane arbeid werd vervolgens gezwommen. Aanvankelijk werd getracht om met handkracht de masten (met een lengte van 14 meter) omhoog te zetten. Dat laatste lukte overigens niet; uiteindelijk besloot men toch maar een kraanwagen van Kloosterman in te zetten. Om de masten eerst te schoren werd met touwen gewerkt. Nadat de masten met beton waren vastgezet kwam de brandweer nog te hulp om de touwen uit de masten te verwijderen. Al met al een opmerkelijk huzarenstukje. De Zwemkroniek merkte nog op dat Heerenveen een van de eerste zwembaden was in Nederland met een lichtinstallatie en een voorbeeld was voor andere verenigingen.
Bij de sloop van het zwembad in de 1990 dacht het toenmalige bestuur van HZ&PC nog een grijpstuiver te kunnen verdienen aan de inmiddels afbetaalde masten. Helaas: ze waren rijp voor de schroothoop en brachten niets meer op.

Hooggespannen ambities

De komst van het nieuwe zwembad en een zeer ambitieus bestuur leidde er toe dat de vereniging in vijf jaar tijd feitelijk werd “herboren”. Sportief gezien stelde het toenmalig bestuur duidelijke doelen: voor waterpolo terug naar de 2e klasse bond. Dat doel werd niet helaas niet gehaald, het duurde nog enige tientallen jaren voordat die wens uitkwam. Op zwemgebied beleefde de vereniging overigens wel een opmerkelijke bloeiperiode mede dankzij het echtpaar Lammerts, de motor van vele activiteiten en het succes van de zwemploeg.
Voor wat betreft het ledental werd het doel wel gehaald. Het werd in plaats van een verdrievoudiging (het doel) van het aantal leden een verviervoudiging (van 90 in 1966 naar 450 in 1971).
Nieuwe “afdelingen” ontstonden binnen de vereniging. Voor de jeugdzwemmers die niet wilden of konden wedstrijdzwemmen ontstond een grote groep “recreatieve zwemmers”, de zogenaamde REZ groepen (Recreatief Elementair Zwemmen), en voor de ouderen ontstond de trimgroep. Beiden groepen groeiden zeer ontstuimig en legden financieel gezien ook een behoorlijke basis voor een gezonde vereniging.
Met de komst van het overdekte zwembad ontstond op zaterdag onder leiding van Max van Gelder en enige jaren later Jaap Woudstra het revalidatiezwemmen. Tot op de dag van vandaag, nu veertig jaar later, bestaat de groep nog steeds en nog steeds met onder leiding van onder andere deze twee mannen.

40 jaar zwemmen in Heerenveen: een spetterend jubileum

Het veertigjarig bestaan van de vereniging werd groots gevierd. Gezien de voorspoed waarin de vereniging verkeerde was daar dan ook voldoende aanleiding toe.
In juni 1971 vonden de jubileumactiviteiten plaatst met onder andere een reunie (75 oud leden kwamen er op af), een feestavond met onder andere Imca Marina, en een opvoering van de sprookje “de Kikvors” van Annie M.G Smidt in het overdekte zwembad. Aan het sprookje namen vrijwel alle jeugdleden van HZ&PC deel. Het zwembad werd omgetoverd tot een waar theater met een heus decor, vervaardigd door leden van het creativiteitscentrum “de Klub”. Het sprookje werd drie maal opgevoerd en trok elke avond 200 toeschouwers. Aansluitend aan de opvoering van het sprookje werd er figuurgezwommen door de dames van de trimgroep (een voorloper van het kunst/synchroonzwemmen) en werd er een gekostumeerde waterpolowedstrijd gespeeld met een als Neptunis verkleede scheidsrechter in een rubber bootje.

Jetze Sipma pakt nationale titel en zwemt nationaal record

In deze bijzondere periode timmerde de vereniging sportief gezien ook behoorlijk aan de weg. In 1967 verscheen Herman Lammerts aan de badrand als trainer van de zwemselectie en gedurende vijf jaar wist hij met een bijzondere goede selectie de nodige prijzen te behalen. Ging HZ&PC in 1969 nog met een zwemmer naar een NK zwemmen, in 1972 waren het er maar liefst veertien.
Dat er in 1972 zoveel zwemmers naar een NK gingen was zeker de verdienste van Herman Lammerts. Hij koos evenwel in 1971 voor een carriere als chef-badmeester in Steenwijkerwold. Toch bleef hij HZ&PC tot 1972 trouw, alleen de trainer kwam niet naar de zwemmers toe, de zwemmers kwamen naar de trainer toe en trainden in het openluchtbad van Steenwijkerwold.
In 1972 kon Lammers oogsten; de eerste prijzen werden gehaald. Jetze Sipma zwom op de 50 mete rugslag naar een ongekende tijd van 0.36,4 een nationaal record in zijn leeftijdsgroep en bovendien een nationale titel. De tijd van Jetze bleeft tot 2000 in de boeken; toen zwom een zwemmer uit Steenwijk een nieuw record. (de tijd is overigens nog steeds een clubrecord!) Toeval of niet: zijn trainer was Herman Lammerts. Andere zwemmers waren Walter Boonstra (tweede op de 50 meter vrijeslag in zijn leeftijdsgroep) en Rob Wielink die twee keer de finales haalde (100 en 200 meter rugslag).
In 1972 werd voor het eerst in de clubgeschiedenis deelgenomen aan een buitenlandse wedstrijd.
Neheim Husten (Duitsland) werd jarenlang met pinksteren een hoogtepunt voor vele zwemmers.
Tot op de dag van vandaag wordt nog steeds aan een buitenlandse wedstrijd deelgenomen; alleen 1973 werd overgeslagen.