Wedstrijdzwemmen

Masterszwemmen

Leren zwemmen

Synchroonzwemmen

Open water zwemmen

Waterpolo

Kleurrijk vrouwenzwemmen

HZ&PC: 1996-20022016-10-28T19:44:51+00:00

HZ&PC: 1996-2002
1996-2002: Ongekende sportieve zwemprestaties voor HZ&PC.

Opnieuw trainerswisselingen

Nadat in 1994 HZ&PC onder leiding van Geert Kuipers promoveerde naar de B-competitie, zette deze trainer een punt achter zijn trainerschap. Na veel zoeken kwam het bestuur uit een oude bekende, Henk Zomermaand, die een seizoen later de nieuwe hoofdtrainer werd. Daartussen waren het Annemarie den Heijer, Joke van der Wal en Marja Kielstra die de trainingen verzorgden
Met Koehoorn en Tichelaar in de geledingen werden in deze periode aansprekende successen geboekt. Zo werd Tichelaar in 1996 op de NK Nederlands kampioen op de 100 meter schoolslag. Koehoorn stapte in het seizoen 1996-1997 over naar DZ&PC om zich verder te ontwikkelen. Een behoorlijke aderlating voor HZ&PC, maar toch bleef de club op een behoorlijk niveau.
Onenigheid tussen bestuur en trainer leidde er toe dat het bestuur aan het eind van het seizoen 1996/97 besloot te breken met Henk Zomermaand. Het bestuur nam daarbij een groot risico, immers een opvolger was nog niet gevonden.
Bij toeval kwam het bestuur uiteindelijk uit bij Ellis van der Meulen, tot dan toe trainster van de jeugdselectie van Orca. De keuze van deze trainster bleek uiteindelijk een enorme sportieve opleving te betekenen voor HZ&PC.

De komst van Ellis van der Meulen en de aantrekkingskracht van HZ&PC voor andere zwemmers

De periode vanaf 1997 tot en met 2002 kunnen de boeken in als de gouden vijf jaren van HZ&PC voor wat betreft het wedstrijdzwemmen. Met de komst van Ellis van der Meulen veranderde de vereniging, zowel in sportief opzicht als in organisatorisch opzicht snel. Zo’n tien jaar geleden brak een heftige discussie uit over de verhouding topsport/breedtesport. In de periode 1997 tot en met 2002 ontstond deze discussie opnieuw en ook deze keer ging dat gepaard met interne spanningen tussen trainers en bestuur maar kwam het niet tot een conflict. Ondanks deze spanningen ging het sportief gezien het zeer voor de wind, “top” sport kreeg te ruimte van het bestuur, waarbij de breedte niet uit het oog werd verloren.
De vereniging trok door de sportieve successen, en de aanpak van Van der Meulen vele zwemmers van buiten de vereniging. Zwemmers die voor HZ&PC kozen en overstapten van gevestigde verenigingen in Friesland waren onder andere Miriam en Arjen van de Meulen, Emma van der Laan, Margriet Zwanenburg, de broers Huininga, Marc Quere en Mark van Pijkeren. Tekenend was de keuze van het talent Inge Dekker en in haar kielzog haar zuster Lia Dekker uit Leusden voor HZ&PC.

Promotie naar B-competitie en Nederlandse kampioenschappen estafetteploegen

De komst van genoemde zwemmers, gecombineerd met een stevige basis leidde ertoe dat HZ&PC vanaf 1997 met een stevige opmars begon in de Friese, maar ook nationale zwemwereld. Het eerste succes was de promotie naar de b-afdeling na een overtuigend kampioenschap in de C-competitie.
Tichelaar zwemt naar een tweede plaats tijden de NK . Tijdens de Friese winterkampioenschappen in 1998 bleek HZ&PC in het medailleklassement boven DZ&PC en Orca te eindigen en in januari 1998 zwemt Johan Pragt naar de nationale junioren titel op de 100 meter schoolslag, zowel op de korte als op de lange baan.

Een zeer opvallend succes werd geboekt tijdens de NK Estafette in Purmerend. Bij de meisjes onder de 15 jaar zwom HZ&PC naar een nationale titel over vier afstanden. Winst op de 4 x 100 meter wisselslag (Miriam van der Meulen, Ellen Koopal, Inge Dekker en Agna Mooij), op de 4 x 100 meter vrijeslag (Agna Mooij, Iris Schuurman, Miriam van der Meulen en Inge Dekker) zwommen de dames naar de tweede overwinning en dat betekende de algemene titel.
Op de 4 x 100 meter pakten de jongensestafetteploeg het brons. Hieruit bleek dat HZ&PC ook in breedte een enorme progressie had gemaakt. Een tweede teken in die richting was de promotie van het tweede team naar van de D2 naar de D1 competitie en een stevige plaats in de middenmoot voor het derde team in de D3 competitie.

Opmars naar hoogste niveau

In het seizoen 2000/2001 volgt de definitieve opmars van de zwemselectie naar het hoogste zwemniveau van Nederland. Met de terugkeer van Koehoorn naar HZ&PC en in de ploeg diverse talentvolle zwemmers blijkt al direct bij de eerste competitiewedstrijd dat HZ&PC mee zal doen in de promotiestrijd naar de A-competitie. Uiteindelijk promoveert de club naar de hoogste zwemafdeling van Nederland in april 2001.
De bijzondere prestatie ontgaat Jos van Kuijeren van de Zwemkroniek niet: HZ&PC wordt uitgeroepen tot de meest “veelbelovende” zwemvereniging van Nederland van het jaar 2001. Door de prestaties van HZ&PC verslaat de vereniging de eeuwige concurrenten DZ&PC en Orca en is in het seizoen 2001/2002 veruit de sterkste vereniging van het noorden. Met een zevende plaats in de eindrangschikking van de competitie 2001/2002 wordt het hoogste niveau ooit bereikt.

Inge Dekker bevestigt haar talent en breekt in 2000 definitief door tijdens de NK in Nieuwegein en zwemt zich in de nationale kernploeg. Zij zwemt naar een nationale titel op de 50 meter vrij in haar leeftijdsgroep tijden deze NK. In 2001 volgt de titel op de 50 meter vlinderslag én een internationale doorbraak tijdens de EJK op Malta en later tijdens de EK in Antwerpen.
Schoolslagspecialiste Margriet Zwanenburg wordt tijdens de NK Sprint in 2001 kampioen op de schoolslag. Ook succes voor de jongens-estafetteploeg 4 x 50 meter wisselslag die in 2001 nationaal kampioen werden (Mark van Pijkeren, Marc Queré, Johan Pragt en Wouter Keizer)

Groot was de impact van het besluit van Ellis van der Meulen om aan het eind van het seizoen 2001/2002 een punt te zetten achter haar trainerschap bij HZ&PC. Van der Meulen neemt waardig afscheid van een gouden periode bij HZ&PC met een mooi afscheidscadeau van de jongensestafetteploeg: twee nationale records! Op de 4 x 50 meter wisselslag (tijd: 1.52,39) en ook nog een nationaal record op de 4 x 50 meter vrijeslag (1.42,27). Beide estafetteploegen bestonden uit Mark van Pijkeren, Arjen van der Meulen, Wouter Keizer en Marc Queré. Wouter Keizer wordt tijdens deze NK sprint ook nog nationaal kampioen op de 50 meter vlinderslag.
Voor deze bijzondere periode bij HZ&PC wordt van der Meulen bij haar afscheid het lidmaatschap van verdienste verleend door het bestuur.

Open waterzwemmen wordt ge(her)introduceerd bij HZ&PC

Waarschijnlijk was Tido Wiarda in de jaren ’40 de laatste echte openwaterzwemmer van HZ&PC totdat mede op initiatief van trainster Ellis van der Meulen het ‘sloot” zwemmen weer werd ontdekt.
Op 18 juli 1999 doken vijf zwemmers (Danielle Terpstra, Martijn Bethlehem, Debby Kielstra, Arjen en Miriam van der Meulen) het zeewater bij Harlingen in om deel te nemen aan de jaarlijkse zee-zwemtocht. “HZ&PC heeft zeewaardige zwemmers” kopte de Heerenveense Courant.
Miriam van der Meulen bleek de snelste zwemster van de 30ste editie te zijn van de tocht over twee kilometer. De tocht werd deze keer in de haven gehouden. Bijzonder detail was dat tijdens de tocht een zeeschip de haven binnenkwam, gevaarlijk dicht bij de zwemmers.
Nadien vertoonde HZ&PC steeds meer in het open watercircuit, waarbij de masters met name de laatste jaren een behoorlijke rol spelen.

Friese RES-kampioenschappen

Op initiatief van DZ&PC en HZ&PC worden in 1994 de eerste Friese kampioenschappen voor niet-startvergunninghouders georganiseerd. Beide verengingen organiseren het kampioenschap om beurten, met een kleine onderbreking in 1996, toen het kampioenschap in Stiens werd verzwommen. De wedstrijden werden een groot succes. Met name de kleine verenigingen bleken vrij succesvol te zijn. Voor HZ&PC waren zwemmers als Nico Rozenberg, Louis Johannes en Gerard Achtien en Miranda van den Berg de goudhaantjes. Na de komst van de “nieuwe basis” van de KNZB kon het kampioenschap niet meer worden georganiseerd omdat wedstrijdzwemmen zonder startvergunning niet meer mogelijk was. In 1997 vond het laatste kampioenschap plaats in Heerenveen.

Zuyderzee Masterscircuit, de start van het masterszwemmen bij HZ&PC

Sedert 1985 organiseerde HZ&PC zogenaamde “seniorwedstrijden”, wedstrijden voor 25 plussers op recreatief niveau. De wedstrijd groeide de loop der jaren in Friesland uit tot een begrip en werd de grootste wedstrijd in haar soort binnen de kring (deelname-aantal rond de 100). Mede door dit succes werd in 1995 besloten de wedstrijd ook open te stellen voor deelnemers van buiten de provincie. Zo ontstonden de eerste kontakten met het landelijke masterszwemmen. Eén jaar later besloten De Aalscholver, De Houtrib, Swol 1894 en ZPC West Friesland (nu ZV de Bron) en HZ&PC een wedstrijdreeks op te zetten die als naam meekreeg Zuyderzee Masterscircuit. Inmiddels is deze wedstrijdreeks uitgegroeid tot de belangrijkste en grootste masterszwemwedstrijd buiten de NK’s van boven de grote rivieren. De Heerenveense editiei van de wedstrijdreeks wordt traditiegetrouw altijd verzwommen op de derde zaterdag in februari en trekt gemiddeld zo’n tussen de 150 en 200 deelnemers. Het circuit bestaat tegenwoordig uit 7 wedstrijden (Emmeloord, Almere, Zwolle, Heerenveen, Amersfoort (50 meter), Kampen (50 meter), Grootebroek).
Om nog meer bekendheid te geven aan masterszwemmen met name in het noorden solliciteert HZ&PC in 1998 naar de NK Masters. Tot verbazing van HZ&PC krijgt zij de organisatie toegewezen.
Het toen nog ééndaags toernooi veroorzaakte 999 individuele starts. Met een door de polo georgansieerd masterbuffet was dit toernooi een enorm succes voor HZ&PC en de masterafdeling.
Sportief gezien blies de afdeling zowel landelijk als internationaal vanaf dat moment 1998 een behoorlijk woordje mee.
Max van Gelder ontdekte het masterzwemmen en ging weer fanatiek trainen en boekte succes. Het eerste Europees titel voor hem (op 70 jarige leeftijd) werd geboekt in Innsbruck (1999)op de EK. De Masters hadden nadien de smaak goed te pakken. De WK in 2000 in Munchen werd bezocht met drie zwemmers, de EK in 2001 op Mallorca trok al 10 zwemmers. Daarna sloeg de HZ&PC ploeg geen EK meer over, en op de WK’s was met name Max vrijwel altijd present.
Max van Gelder is tot nu toe de meest succesvolle masterszwemmer met op zijn naam meerdere Nederlandse, Europese en Wereldrecords en titels.

Startgemeenschap HZ&PC-Avena (dames) ontstaat

Om het waterpolo een nieuwe impuls te geven wordt besloten om met Avena een startgemeenschap aan te gaan. Aanvankelijk alleen voor de dames, want daar was de nood het hoogst. HZ&PC kon één team op de been brengen, maar net geen tweede. Avena kon net geen eerste team op de been brengen. Een SG zou betekenen dat er in ieder geval twee damesteams in de competitie konden worden gebracht. In het seizoen 2000/2001 wordt de SG gevormd, aanvankelijk onder de naam SG HZ&PC en Avena, later in de volksmond de SGHA genoemd.
De startgemeenschap bleek een succes, hoewel de bloedgroepen lang bleven bestaan (Jousters en Heerenveners).

Waterpolo: degradatie en promotie volgen elkaar snel op

In 1996 volgt na enige jaren aanwezig te zijn geweest in de tweede klasse bond de onvermijdelijke degratie weer voor het heren waterpoloteam naar de derde klasse bond. Handhaving in de tweede klasse blijkt elke keer weer moeilijk omdat de basis te klein is. “We moeten breder worden” is de opmerking van de trainer tijdens de degradatie in 1996. Aanvulling is er wel, maar de doorstroming blijkt moelijk te zijn.
In 1998 worden zowel de heren als de dames kampioen. Voor de heren betekent dit opnieuw promotie naar de tweede klasse bond om vervolgens weer in 2000 af te dalen naar de derde klasse. Onder leiding van coach Roland Boomsma worden de dames kampioen. De promotie naar de eerste klasse van het district zorgt het volgende seizoen direct al voor problemen. Pas eind oktober wordt de eerste winst geboekt, maar de dames weten zich te handhaven.
Opvallend is dat in 1999 de pupillen kampioen worden, hetgeen voor de toekomst een mooi resultaat is. In 2002 pakken de aspiranten de kampioenstitel. Ondanks de toeslaande vergrijzig bloeit het waterpolo op in de beginjaren van de nieuwe eeuw.

Synchroonzwemmers kampioen van District I

In 2000 behaalt de synchroonzwemafdeling de titel van district I. Na 6 jaar is de afdeling uitgegroeid tot de sterkste synchroonzwemvereniging van het noorden. Mede dankzij de inspanningen van de beide trainsters, Ria en Machteld op met name de uitvoeringswedstrijden wordt de titel behaald.
IN 2000 wordt daarnaast met veel succes voor de tweede maal in de historie het gala georganiseerd door HZ&PC. Het gala trok ongeveer 150 bezoekers. Voor het eerst had het gala een thema. HZ&PC pakte behoorlijk uit met een fraaie uitvoering

Vijfentwintig jaar Revalidatiezwemmen

In 1997 viert het revalidatiezwemmen haar 25 jarig bestaan. “Uniek in Nederland” omschrijft Max van Gelder het gebeuren dat in 1972 begon als “gehandicaptenzwemmen”. Van Gelder, vanaf he tbegin betrokken bij deze afdeling, samen overigens met Jaap Woudstra, begeleiden, samen met vele vrijwilligers (vaak actieve zwemmers) mensen die op doktersadvies moeten zwemmen. Dat kunnen reumapatienten zijn maar ook mensen met een hernia of die moeten revalideren na een operatie. Op 22 oktober 1977 wordt het jubileum gevierd, Van Gelder en Woudstra worden benoemd tot lid van verdienste van de vereniging.

Twaalf jaar discussie over een nieuwe bad

Rond 1992, twaalf jaar na de opening van het wedstrijdbad de Telle schrijft de gemeente in een voorstel aan de gemeenteraad: “de toekomst van zwembad de Telle is zorgelijk. De accomodatie is verouderd, renovatie kan het draagvlak voor exploitatie niet verbeteren. In samenwerking met Thialf BV is er een eerste opzet gemaakt voor een nieuw zwembad”. De Telle zou in 1995 kunnen worden gesloopt. De berichtgeving slaat in als een bom. Het bad zou subtropisch worden, en de gemeente zou de exploitatie moeten afstoten. Kosten tien en een half miljoen gulden (nu: ongeveer 5 miljoen euro). In 1994 zijn de plannen alweer van de baan. Exploitatie was niet haalbaar. In de tussentijd kwam HZ&PC met een alternatief plan:”Als er dan toch een nieuw bad moet komen, dan direct ook maar goed: 50 meter!”.
In 1995 besloot het gemeentebestuur de Telle op te knappen. Een sobere renovatiebeurt was nu de insteek, maar er werd toch tussentijds gestudeerd op mogelijke nieuwbouw, aan de andere kant van sporthal van de Telle. Dat laatste plan heeft echter nooit het levenslicht gezien.
Slechts één jaar later kwam de gemeente met een nieuw idee: nieuwbouw bij het Abe Lenstrastadion. In het seizoen 1999/2000 zou er een nieuw zwembad moeten zijn.
Het bestuur van HZ&PC was op voorhand niet tegen en nieuw bad, zeker nu de gemeente had uitgesproken te gaan voor een doelgroepbad, zonder toeters en bellen. Wel zette het bestuur vraagtekens bij de bereikbaarheid en met name de parkeermogelijkheden rond het zwembad ten tijde van voetbalwedstrijden.
Het zou pas duren tot 2000 voordat de gemeente de plannen echt concreet kon maken. Er moest een complete sportcompus komen, de twee sporthallen moesten verdwijnen, een nieuwe turnhal moest worden gerealiseerd, tennishallen en squaszalen en fitness onder een dak. Bovendien moest het CIOS moest verplaatst worden. De plannen mondden uit tot een sportcomplex met meer dan nationale uitstraling, kosten ruim 100 miljoen euro.
In 2002 komen de afmetingen van het bad naa buiten in en voorlopig ontwerp. De kritiek van HZ&PC is niet van de lucht. Een 6 baans bad, lengte 30 meter.
De voorzitter van de zwembadcommissie spreekt de historische woorden na het voorlopig ontwerp:
“een tobbe in Sportstad?”, en “een flopbad in een topsportomgeving”
HZ&PC schakelt een deskundige in, die de mogelijkheden onderzoekt van een 50 meter bad. Een poging van HZ&PC om de b-status te verkrijgen voor het bad (50 meter) van de KNZB mislukt omdat Drachten die status al heeft.
In een ultieme poging van de zwembadcommissie onder leiding van ex voorzitter Sjerp de Jong bij de gemeente(raad) om een topsportbad te realiseren mislukt op een haar na; bijna is de raad om, op een paar stemmen na gaat de raad niet akkoord met een 50 meterbad.
Uiteindelijk komt men uit op een 8 baans bad. De strijd op een tweede 25 meterbad wordt ook verloren, het wateroppervlak moet hetzelfde zijn als de Telle, een tweede 25 meterbad zou extra wateroppervlak opleveren. In 2004 wordt gestart met de bouw.